Onderbouw

Brede basis

In de onderbouw krijgen leerlingen in drie jaar een stevige basis voor hun gehele opleiding. De eersteklassers volgen veertien vakken in een schoolweek van 32-34 lesuren. In de tweede klas komt er een aantal vakken bij: Grieks, Duits en natuurkunde.

Projecten

Een gedeelte van het onderwijs bestaat uit projectonderwijs. Leerlingen ontdekken zo meer samenhang tussen de vakken en ze leren samenwerken in groepsverband. Voorbeelden van vakoverstijgende projecten zijn ‘De Romeinen’ (klas 1, klassieke talen en geschiedenis) en ‘De suikerfabriek’ (klas 3, scheikunde en economie).

Aan het eind van de derde klas hebben de leerlingen met de meeste vakken kunnen kennismaken.  Op grond hiervan bepaalt de leerling zijn of haar profielkeuze voor de Tweede Fase. Niet alleen de decaan begeleidt de leerling bij deze keuze. De docenten brengen advies uit, de derdeklasmentoren geven keuzebegeleidingslessen en ook de ouders worden bij het keuzeproces betrokken.

Verrijkingsmodules

In klas 1 krijgen leerlingen een programma met modules op het gebied van kunst, sport en cultuur.
Voor leerlingen uit klas 2 en 3 is er een keuzeprogramma, waarbij de leerlingen twee modules naar eigen keuze volgen. Zij kunnen o.a. kiezen uit: Spaans, schaken, koken, fotografie, dans, theater, recht en maatschappij en diverse sporten.

Hoogbegaafde leerlingen

Leerlingen die meer of op een andere manier uitdaging nodig hebben, kunnen in overleg met de docent verrijkings- of verdiepingsopdrachten krijgen. Op basis van de testen van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek kan het ook zijn dat leerlingen aan een eigen verbredingsproject werken. Zij volgen dan minder lesuren en werken zelfstandig aan een eigen project dat hun specifieke interesse heeft.