Welke vakken

Welke vakken krijg je?

Je weet al dat je op de middelbare school veel verschillende vakken krijgt, in verschillende lokalen. Maar welke vakken zijn dat dan? Hieronder vind je een overzicht van alle vakken.

Nederlands, Engels, Duits, Frans, Spaans, Chinees

Op het gymnasium leer je veel moderne talen; Nederlands, Frans, Duits, Engels en Spaans. In de eerste klas beginnen we met Nederlands, Engels en Frans. Het vak Duits krijg je vanaf de tweede klas. Spaans en Chinees zijn extra talen die je kunt kiezen. Als je erg goed bent in Engels en je wilt er nóg beter in worden, dan kun je ook Cambridge certificaten halen. Ook voor Duits, Frans en Spaans kun je internationaal erkende certificaten halen.

Klassieke taal en cultuur

Grieks en Latijn, wat moet je daar nou mee? Je verdiepen in de wereld van de Grieken en de Romeinen is een reis naar het beginpunt van onze beschaving, waar bouwwerken gemaakt zijn op een manier zoals we dat vandaag nog steeds doen. Het is een reis terug in de tijd, naar mensen die ook hier in Nederland hun sporen hebben achtergelaten.

Levende Grieken en Romeinen uit die tijd zul je niet meer tegenkomen, dus met hen spreken is niet meer mogelijk. Maar ze hebben wel veel wetenswaardigheden op papier achtergelaten. Wil je je echt kunnen inleven in deze mensen en in hun tijd, dan moet je hen in hun eigen taal lezen; want dan begrijp je het pas echt.

Je kennis van Latijn en Grieks kun je ook goed gebruiken bij het leren van de moderne talen Frans, Duits en Engels. Je zult namelijk merken dat heel veel woorden uit het Latijn en uit het Grieks in deze talen zijn blijven bestaan. Omdat je heel wat klassieke teksten in het Nederlands zult vertalen, vergroot je ook je kennis van onze eigen taal. En als je gaat studeren, zal je bij verschillende studies ontdekken dat Latijn en Grieks in veel vakliteratuur voorkomt.

Exacte vakken

Formules, proeven, zoeken naar de verklaring van wat je om je heen ziet… Dat doe je bij de natuurwetenschappen. Dat betekent dus: laboratoriumjas aan, veiligheidsbril op, voorzichtig met die chemische stoffen! Of: eens bekijken hoe een druppel bloed er onder de microscoop uitziet. Of: uitrekenen hoe snel een televisie op de grond neerkomt als je hem van vier-hoog uit het raam gooit. In de eerste klas heb je wiskunde en biologie. Daar komt in de tweede klas natuurkunde bij, en in de derde klas scheikunde. En wil je je verdiepen in hoe je websites moet bouwen en hoe je kunt programmeren? Kies dan in de bovenbouw het vak Informatica.

Maatschappij & wereld

Hoe gaan wij om met de wereld om ons heen? Hoe staan wij in de samenleving en hoe gaat dat in andere landen, hoe ging dat in andere tijden? Vragen als deze komen aan de orde bij de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, economie, levensbeschouwing en maatschappijleer. Bij levensbeschouwing bestuderen we religies, bij maatschappijleer gaat het meer om politiek en samenleving. Bij geschiedenis leer je hoe men leefde en wat er gebeurde van de prehistorie tot de dag van vandaag – en bij aardrijkskunde zie je eigenlijk de geschiedenis van de aardbol zelf. Maar bij aardrijkskunde hoort ook sterrenkunde, milieu, volkenkunde en meer. Het vak economie krijg je vanaf klas 3: hier leer je eigenlijk wat de rol van ‘geld’ is in onze samenleving.

Expressieve vakken

Bij expressieve vakken leer je je persoonlijke ideeën en stijl vorm te geven, op welke manier dan ook. Bij de beeldende vakken kan dat zijn met tekenen of handvaardigheid. Bij muziek natuurlijk door naar muziek te luisteren én zelf muziek te maken. En bij lichamelijke opvoeding, oftewel gym, zijn we vooral lekker ‘fysiek’ bezig.

De vakken gaan verder dan alleen maar zingen, tekenen en sporten. Bij de beeldende vakken leer je ook over kunstgeschiedenis; bij lichamelijke opvoeding leer je veel nieuwe sporten en spelregels, maar je leert ook zelf een gymles voorbereiden.

In de bovenbouw kun je ook het Kunstvak kiezen. Hier leer je nog meer over kunst en wie het Kunstvak als eindexamenvak heeft, geeft in klas 6 een echte ‘kunstexpositie’ met eigen werk.

Informatica

Informatica is een speciaal keuzevak in de bovenbouw. Daar leer je hoe computers en software in elkaar zitten en werken; je leert hoe computersystemen van bijvoorbeeld scholen en bedrijven functioneren en hoe je zelf creatief met computers kunt werken.